A sort of homecoming
22 maart 2015 - Windhoek, Namibië
Iedere keer als je weer een verslag de lucht in wilt sturen, denk je na over een pakkende titel, die dan ook nog zoveel mogelijk de lading dekt. Dat we daarbij de laatste tijd de neiging krijgen om in het Engels te denken, laat zich verklaren door al die maanden, dat je door Engelstalige landen reist. Zo dacht ik eerst aan “I’m coming home now”, een zinsnede uit een song van de Nederlandse band Dotan en die ik als trouwe bezoeker van de Zwarte Cross vorig jaar met vele anderen uit volle borst heb meegezongen. Die zou echter meer duiden op de thuiskomst in Winterswijk en dat is niet wat ik beoog. Zo kwam ik uit bij “A sort of homecoming”, de titel van een U2-song. Hoewel Bono het heel anders, meer overdrachtelijk bedoeld zal hebben, dekt het voor ons uitstekend het gevoel, dat we hebben als we weer het terrein van de Trans Kalahari Inn in Klein Windhoek oprijden. Nog maar nauwelijks hebben we het Mannetje op z’n plaats gezet of we worden met een stevige knuffel begroet door Wil Bouwers, de manager, die vervolgens haar werk het werk laat en ons uitnodigt voor een eerste drankje aan de stamtafel. Dan passeren in record tempo alle noemenswaardige hoogte- en dieptepunten van de afgelopen zes maanden: de mutaties in het personeel, de nieuwe hal die gebouwd is, maar vooral ook haar nieuwe huis, dat in het begin van dit jaar gerealiseerd is en nog maar net opgeleverd. Ook wij doen uiteraard ons verhaal. De bitterballen (echt waar) komen op tafel en via deze “amuse” en nog wat drankjes gaan we naadloos over op een voorgerecht van gedroogd wild. We voelen ons weer helemaal thuis!
Overigens werd deze “thuiskomst” nog met minimaal een half uur vertraagd, toen we in het zicht van de haven, ons restten nog slechts 1,5 kilometer naar de ingang van de Trans Kalahari Inn, door de politie aan de kant werden gezet. Dit keer gold dat voor iedereen, in beide richtingen zelfs, zodat binnen de kortste keren een geweldige puinhoop ontstond. Nu moet je weten, dat de weg naar Wil ook de weg is, die naar de luchthaven leidt en dat die dag allerlei hooggeplaatste personen aangevoerd werden om de volgende dag de installatie van de nieuwe president van Namibië mee te maken en het feit te vieren, dat Namibië 25 jaar een zelfstandige staat is. Zo meende ik begrepen te hebben, dat op het moment dat wij daar stilstonden, Mugabe, de bejaarde despoot van Zimbabwe moest passeren. Weten jullie trouwens waarom Mugabe, die onlangs 91 werd, maar niet doodgaat? De duivel wil geen concurrentie! Wie het ook was, die in die grote zwarte Mercedes zat, hij was zo snel voorbij, dat we er zelfs geen glimp van op konden vangen. Vanaf het terras van de Trans Kalahari Inn was goed te zien hoe deze procedure zich meerdere malen die avond en ook de volgende dag nog herhaalde.
Ons laatste verslag over Tanzania liep niet over van enthousiasme en dat is wat de Engelsen een understatement noemen. Gelukkig kunnen we de laatste etappe van onze “From here to ….?” reis met een positief gevoel afsluiten, want de afgelopen weken in Zambia en Namibië hebben we weer volop kunnen genieten. Niet dat we helemaal verschoond gebleven zijn van ergernissen met de lokale Hermandad, maar dit keer zagen we het meer als een incident omdat het verder geen afbreuk deed aan het overall beeld. Nog maar nauwelijks in Zambia aangekomen, moesten we weer voor een politiecontrole stoppen. Niet ongebruikelijk, meestal willen ze controleren of je de roadtax betaald hebt en of je wel verzekerd bent. Maar dit keer liep de man om de auto heen en kwam terug met de opmerking, dat bij ons de sticker met de letters “LHD” ontbreekt. Dat staat voor Left Hand Drive opdat mensen, die achter je rijden, weten dat je stuur links zit. Wat ze er overigens mee opschieten is mij nog steeds niet duidelijk, maar dat terzijde. Nu reizen we inmiddels meer dan een jaar door landen, waar ze aan de verkeerde kant van de weg rijden, maar nog nooit heeft iemand daar ook maar een opmerking over gemaakt. Ik daagde de agent uit om mij de tekst in de wet te laten zien, waar dat geschreven staat. Vervolgens bluf ik nog, dat ik het allemaal op het internet heb nageplozen en dat het absoluut geen verplichting is. De agent wil, dat ik de auto aan de kant van de weg zet, zodat hij een bekeuring kan uitschrijven. Wat ik tot voor kort niet in mijn hoofd zou halen doe ik nu wel: ik weiger en zet demonstratief de motor uit, daarmee de weg blokkerend voor het achterop komende verkeer. Aan de andere kant van de weg, staan ook al een paar vrachtauto’s ongeduldig te zijn. Een andere agent komt aanlopen (een meerdere?) en vraagt kennelijk wat er aan de hand is. Die komt vervolgens naar ons toe, vraagt waar de reis naar toe gaat en wenst ons vervolgens een fijne voortzetting van ons verblijf in Zambia(?!).
Zambia is voor een reiziger een verademing als je daarvoor door Oost Afrika hebt gereisd. De wegen zijn niet meer overvol, er lopen slechts af en toe mensen aan de kant van de weg en niet iedere vijf kilometer kom je weer door een dorp met de nodige verkeersdrempels. Je kunt gewoon op je gemak van het landschap genieten. Onderweg naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia, komen we op een mooie camping Richard en Tine tegen, een Duits paar. Al vrij snel komen we met elkaar aan de praat, mede omdat we over en weer interesse tonen in elkaars auto’s. Zij reizen namelijk in een 35 jaar oude Toyota pick-up. Op de bak heeft hij een frame gemaakt waarop een daktent geplaatst is. Ziet er echt uit als een soort Hillbilly voertuig, heel grappig. Het blijkt, dat hij als vijftigjarige, zijn goedbetaalde baan heeft opgezegd, om er een half jaar met zijn nieuwe liefde tussenuit te trekken en te overdenken wat hij de rest van zijn leven nog zou willen doen. Dat vinden wij best wel dapper, want er zijn maar weinig mensen, die dit zouden aandurven. Later zijn we ze ook nog op een camping in Lusaka tegengekomen en hebben we samen gezellig een wijntje gedronken. Bijna hadden we zelfs besloten om met hen vanuit de hoofdstad naar het westen van Zambia te rijden, maar uiteindelijk hebben wij er toch voor gekozen om nog een keer te genieten van de geneugten, die rondom de Victoria Watervallen te vinden zijn. Het is nu volop regenseizoen in de bergen van Angola en de Congo, daar waar de Zambesi zijn oorsprong heeft en dat zorgt er voor, dat de watervallen op z’n mooist zijn. Of misschien is dat niet eens de beste omschrijving en zouden we het beter kunnen omschrijven als het meest indrukwekkends en dan vooral uit de lucht. Met beide voetjes op de grond zie je namelijk weinig van de grandeur van dit natuurfenomeen. Over een breedte van 1.600 meter valt met donderend geweld een onvoorstelbare watermassa zo’n 100 meter naar beneden in een nauwe kloof. Dit geeft zoveel turbulentie, dat je je in een orkaan waant. Ondanks twee over elkaar aangetrokken capes, wordt je kletsnat. Een camera tevoorschijn halen, staat gelijk met vernietiging, tenzij je een onderwatercamera hebt. Sommige telefoons zijn behoorlijk waterdicht, maar dan nog: meteen zit je lens vol met water, dus krijg je ook alleen maar wazige beelden. Nee, je moet echt de lucht in en dat hebben we weer gedaan. Je kunt kiezen tussen een helikoptervlucht of een ritje met een microlight. Zonder aarzelen gaan wij net als in 1999 weer voor de laatste optie, want dan ga je alleen met de piloot en kun je ongehinderd om je heen kijken. Als het tijdstip is aangebroken waarop wij de lucht in zullen gaan, blijkt de turbulentie in combinatie met de wind boven de watervallen zo sterk, dat ze eerst een half uurtje willen wachten. Niet omdat het anders gevaarlijk zou zijn, maar dan wordt het wel moeilijker om te genieten, zo wordt ons voorgehouden. En daar gaat het toch om: genieten! In tegenstelling tot 15 jaar geleden, mag je niet zelf meer foto’s maken. Dat doen zij wel voor je en die kun je na afloop a raison van 20 US dollar (tegenwoordig dus ook bijna evenzovele euro’s) op een Cd’tje kopen. Het moet gezegd worden: zo kom je er zelf wel spectaculair op te staan. Helaas stellen ze nog geen video opname beschikbaar. Een gemis vinden wij.
Verder hebben we nog een sunsetcruise op de Zambesi gemaakt waarbij het diner en de drank in de prijs was begrepen. Wij waren samen met een zevental jonge Amerikanen. Zes ervan waren op een haar na afgestudeerd als arts. Het laatste deel van hun studie hadden ze in Malawi volbracht en hadden nu wat tijd voor sightseeing, voordat ze hun bul in Michigan gingen ophalen. Met één stel hebben we een hele tijd gepraat. Hij was de uitzondering in het gezelschap, want hij was aan het afstuderen als kernfysicus en was zijn vriendin komen opzoeken om samen naar de Victoria Watervallen te reizen. Ze waren heel geïnteresseerd in onze reiservaringen en hadden zo te horen zelf ook nog veel plannen voor de toekomst. Ook zullen wij bij hen thuis wel als voorbeeld gebruikt worden hoe je als (bijna) zeventigjarige ook nog de wereld kunt bereizen. Ze zouden graag zien, dat hun ouders ook eens wat meer de wereld in zouden trekken, maar zoals zoveel Amerikanen: ze hebben niet eens een paspoort! Een dag later kwamen we ze nog een keer tegen en kwamen ze spontaan weer een praatje met ons maken. Leuke intermezzo's.
Na de watervallen hadden we nog één ding om naar uit te kijken en dat was een bezoek aan het Etosha National Park. Onze trouwe lezers zullen weten, dat dit niet de eerste keer is, dat we dit park bezoeken. Sterker nog, voor Wil werd het de vierde keer, voor ondergetekende zelfs de vijfde keer, dat we dit bijzondere stukje aarde bezochten. En dan te bedenken, dat ik na mijn eerste bezoek aan Namibië in mijn dagboek schreef, dat ik het geweldig vond, maar dat beestjes kijken het toch niet haalde bij bezoeken aan landen als India of Tibet, om maar eens een paar dwarsstraten te noemen. Nu ben ik die mening nog steeds toegedaan, maar als je toch in Afrika bent, dan is Namibië als land uniek en het Etosha NP uniek als wildpark. Vergeleken met onze vorige bezoeken, hadden wij de natuur nog nooit zo groen gezien als dit keer. Dat betekent tevens, dat het veel moeilijker wordt om dieren te ontwaren. Zelfs een grote kudde olifanten verdwijnt binnen enkele minuten in het groen van de hoge struiken. De waterpoelen worden ook minder frequent bezocht, omdat zich door onweersbuien overal plassen hebben gevormd, waar het wild zijn dorst kan lessen. Niettemin hebben we best wel weer veel gezien (nee Joost, dat luipaard nog steeds niet!) en was het twee dagen genieten van de natuur.
Op weg naar Etosha hebben we nog een kort bezoek gebracht aan de grootste meteoriet, die ooit op aarde gevonden is, de zogenaamde Hoba meteoriet. Het is omdat de locatie nagenoeg op onze route ligt, anders zou je er niet voor om hoeven te rijden, want veel is er niet te zien. Het ding weegt zo’n 50.000 kilo en bestaat voor een belangrijk deel uit ijzer (82%) en nikkel (16%). Hoe lang die daar al gelegen heeft, weet men niet, maar de schattingen gaan terug tot 80.000 jaar. Het moet in ieder geval een geweldige klap geweest zijn, waarmee dit brok metaal op de aarde terecht is gekomen.
Nu staan wij dus in Windhoek waar we nog ruim de tijd hebben om op ons gemak de boel schoon te maken en ons voor te bereiden op de thuisreis. Ons Mannetje zullen we ook eens een goede wasbeurt (laten?) geven om hem van alle olie, stof en modder te ontdoen. Volgens Wil ziet ie er niet uit, maar wat heeft het voor zin om hem af te spuiten als je de volgende dag weer door wolken stof rijdt? Of door plassen met als ondergrond rode klei of witte leem? Hij ziet er gewoon bereisd uit!
In de nacht van 25 op 26 maart vliegen we via Frankfurt en Berlijn(!) naar Düsseldorf, waar we donderdagmorgen om half twaalf hopen aan te komen.
Dan tenslotte nog het medisch bulletin: met de arm van Wil gaat het heel langzaam vooruit. Sinds een week kan ze, zij het met enige moeite, weer alleen in en uit de auto komen. Een hele vooruitgang, maar zoveel is wel duidelijk, we zijn er nog lang niet. We zijn dan ook reuze benieuwd wat de arts respectievelijk de fysiotherapeut er van vindt, maar dat horen jullie t.z.t. nog wel.

