Overwinteren
10 februari 2024 - Chetumal, Mexico
Drie weken zijn alweer voorbij sinds we Nederland verlieten en om die reden, past een verslag wel in de traditie om iedere twee, drie weken een bericht de wereld in te sturen. Meestal valt er dan ook wel genoeg te vertellen, maar als je vertrekt met het voornemen om er een “echte” overwinteringsreis van te maken, dan wordt het anders. Dan wordt het een reis zoals zo vele Nederlanders doen als ze gaan overwinteren in Spanje en dan gewoon hun huishouding tijdelijk verplaatsen naar een andere omgeving. Dan gaan de dagen ook meestal rimpelloos voorbij en is het zeker niet de moeite waard, om daar verslag over te doen. Dat is nu precies waar ik op dit moment tegenaan hik. Heb ik wel wat te vertellen? Adel verplicht, zo luidt het gezegde, dus daarom toch een verslag.
Eerst een samenvatting van onze reis tot nu toe. Nadat we in Cancun ons Mannetje hebben opgehaald, zijn we naar dezelfde camping teruggegaan waar we voor ons vertrek naar Nederland hebben gestaan. Daar heb ik eerst wat klusjes gedaan. Daarna zijn we via een dure 4-baans tolweg verkast naar Mérida; het kost wat maar dan heb je ook wat. Om een indruk te geven: wij betalen met onze 2-assige vrachtauto 60 euro voor amper 200 kilometer. Van Mérida zijn we naar de badplaats Celestun gereden, aan de andere kant van Yucatan en dus weer aan de Golf van Mexico. In een aantal korte etappes, die door de aard van de weg soms toch nog weer de nodige uurtjes kostten, zijn we naar Bacalar gereden, gelegen aan de gelijknamige lagune. De laatste etappe bracht ons naar onze favoriete camping in Chetumal. Al met al nog geen 1.000 kilometer en dat in drie weken!
Jullie moeten weten, dat wij in 2008 met een huurauto een rondreis door Mexico, Guatemala en Belize hebben gemaakt. We zijn dus op herhaling en dat plaatste ons meteen voor de vraag of we alle historische sites van de Maya’s weer gaan bezoeken. In de wetenschap, dat we later tijdens onze reis in Belize en Guatemala zeker nog een paar sites zullen aandoen, hebben we besloten, dat we de monumenten in Yucatan niet zullen bezoeken. Hierbij heeft ook meegespeeld, dat het toerisme zodanig is toegenomen, dat je altijd met heel veel anderen bent. Ook de toegangsprijs is niet erg uitnodigend: voor het mooie Uxmal, dat we in principe nog wel een keer hadden willen zien, zouden we 100 euro kwijt zijn geweest en dat vinden wij toch wel een beetje te gortig.
Mérida was ook niet nieuw maar het leek ons wel leuk voor de afwisseling een stad te bezoeken. Het is een mooie, koloniale stad, waar je makkelijk enige uren kunt doorbrengen. We stonden op een camping aan de rand van de stad en met Uber kon je voor een prikkie de stad in. Hebben wij in Nederland nog Uber? Het werkt perfect en ik zou ze best in Winterswijk willen hebben, waar we door overregulering alleen een taxi in Duitsland kunnen bestellen. Maar we hadden ook nog een andere reden om deze stad aan te doen. Van iemand hadden we een naam gekregen van ene Adrian Mihace, geboren in Roemenië, maar al sinds zijn 17e woonachtig in Canada. Hij is een paar jaar geleden verhuisd naar Mérida en hij zou ons misschien wel kunnen helpen bij het vinden van een onderdak voor onze camper als we in maart voor een half jaar naar huis gaan. Dus middels een whatsapp-berichtje contact met hem gezocht en op bezoek gegaan. Nu had hij mij al laten weten, dat we ons Mannetje wel bij hem op straat konden stallen. Daar had ik al zo mijn bedenkingen bij, maar volgens hem was dat echt wel veilig. Dat bleek wel te kloppen, want ze hebben hier mooie wijken, waar je alleen maar binnenkomt op uitnodiging. Er is maar een ingang en daar is een slagboom met bewaker. Over veiligheid hoefde ik mij dus niet druk te maken, maar je moet je voorstellen, dat de huizen niet al te groot zijn en ook nog eens op een klein perceel zijn gebouwd, dan vraag je je af of je dat je buren wel kunt aandoen om zo’n gevaarte voor je huis te zetten. Volgens Adrian was het allemaal geen probleem. Het bleek een ontzettend aardige man te zijn, die ons zo graag van dienst wilde zijn, dat hij gewoon geen nee kon zeggen. Dus hebben wij die beslissing maar voor hem genomen. Bovendien waren onze plannen in tegenstelling tot een paar maanden geleden, zo concreet, dat we voor maart een plek in de buurt van Mexico City moeten zoeken.
De camping in Celestun was nieuw en stond goed aangeschreven in iOverlander waar we onze informatie vandaan halen. Natuurlijk was hij nog lang niet af, maar dat zou zeker op korte termijn gaan gebeuren. Dat laatste wagen we te betwijfelen, want al die dagen, dat wij er geweest zijn, was er van enige bouwactiviteit niets waar te nemen. Dus die in aanleg vier WC-douche combinaties, zullen voorlopig nog wel beperkt blijven tot slechts één werkende. Op die camping hadden wij een ontmoeting met een jonge Canadees. Hij reisde en sliep in een soort klussenbus. Aanvankelijk hadden we hem ook ingeschat als een klusjesman, gezien de imperiaal beladen met allemaal onduidelijke zaken. Hij toonde veel belangstelling voor de wereldkaart op ons Mannetje en de reizen, die wij gemaakt hebben. Vooral ook over het reizen door Afrika wilde hij meer weten. Of dat ook met die bus van hem zou kunnen? Ik vertelde hem, dat er voorbeelden zijn van mensen, die met een hippe VW bus een rondreis door Afrika hebben gemaakt. Het bleek, dat hij in het uiterste noorden van Canada, alleen bereikbaar per vliegtuig, in een diamantmijn werkte; 14 dagen op, 14 dagen af. Als hij vrij had, vloog hij terug naar waar hij zijn bus had achtergelaten om twee weken later weer naar zijn werk te vliegen. Op deze manier wilde hij de komende jaren heel Midden- en Zuid Amerika doorreizen, om daarna over te steken naar Afrika. Ik voorzag wel een paar praktische probleempjes, zoals al die landen, die niet toestaan, dat je het land verlaat met achterlating van je auto. Hij zal nog het nodige huiswerk moeten doen, maar het streven is natuurlijk wel heel bijzonder.
In Bacalar hadden we ook wel een leuk plekje gevonden, direct aan de lagune. Eigenlijk was het meer een recreatieplek voor de lokale bevolking, maar het werd tegen betaling ook gedoogd, dat je daar ’s nachts bleef staan. Hier in Mexico zie je op het strand heel veel zogenaamde palapas, waar je schaduw vindt. Midden op het gazon stond hier een hele grote en daar werden op zondagmorgen al vroeg voorbereidingen getroffen voor een BBQ waar veel gasten verwacht werden. Niet veel later kwamen de eerste gasten. Of waren het de gastheren en -vrouwen? In ieder geval werd de BBQ meteen aangestoken. Maar dat was niet wat onze aandacht trok, het was de manier waarop de mensen gekleed waren en met name de vrouwen. Ze droegen allemaal lange jurken en hadden ook een klein hoofddoekje op. Ze spraken ook beslist geen Spaans. Het bleken mensen te zijn, die zich Amish noemen, een soort doopsgezinden, met hun wortels is Zwitserland. Door vervolgingen in Europa zijn ze in de 18e eeuw uitgeweken naar Pennsylvania in de VS. Daar bleek een van de dames ook vandaan te komen, toen we middels de Duitse (!) taal in gesprek kwamen. Zij was de enige die Hoog Duits sprak, zoals ze zelf zei, de andere twee kenden alleen een soort dialect Later legde een man ons uit, dat ze in Mexico waren om hun landbouwgrond te bekijken. Hij had het over 50 HA. In de loop van de dag kwamen er steeds meer mensen bij, waardoor bij ons de indruk ontstond, dat het een soort personeelsfeest was. Aan de ene kant mensen, die nog sterker beantwoordden aan het beeld van de strenge gelovigen, anderzijds, Mexicanen, waaraan je niets kon afzien. Streng in de leer waren ze zeker niet, want ze kwamen met indrukwekkende pick-ups en zeker niet met paard en wagen.
Nu staan we dus op het Yax Ha resort en camping en vullen de dagen met nietsdoen. Nou ja, het is meer een kwestie van “sit down and relax” en kijken wat er zich allemaal in ons gezichtsveld afspeelt. Daar is in de eerste plaats onze huispelikaan. Meerdere keren per dag, hij moet tenslotte minstens een kilo vis per dag vangen en de vissen zijn hier niet zo groot, duikt hij vlak voor onze neus het water in om een visje te verschalken. Soms voelen we zelfs de waterspetters. Dus camera in de aanslag en schieten. Af en toe wordt het vissen overgenomen door een Kingfisher, een vogeltje vergelijkbaar met ons ijsvogeltje. Tussendoor lezen we wat en terwijl je dat aan het doen bent zie je in je ooghoeken iets bewegen en loopt een enorm indrukwekkende leguaan je blikveld in. Deze ziet er afschrikwekkend uit met al zijn stekels en grote slab, of wat het ook mag zijn. Misschien zijn ze nog een maatje kleiner, dan op de Galapagos Eilanden, maar één ding hebben ze zeker gemeen: schuw zijn ze absoluut niet.
Zo hebben we de afgelopen weken overwinterd. Vanaf hier gaan we Belize in en begint het echte reizen weer, zonder weer te vervallen in “achter de geraniums dagen”, want de afstanden zijn niet groot. Nu wist je natuurlijk wel, dat het allemaal figuurlijk bedoeld is, maar sinds we naar aanleiding van een eerder verhaal over geraniums begonnen zijn, heeft een vriend (dank je Rik) voor wat “echte” geraniums” gezorgd, zodat we nu letterlijk achter de geraniums zitten.
P.S. Een volkomen overbodige opmerking natuurlijk, maar het kopje foto's vind je nog meer foto's

