O moeder, wat is het heet!

2 oktober 2012 - Serrekunda, Gambia

We wilden naar de warmte, nou die hebben we gekregen. En niet zo zuinig ook. Meteen toen wij uit het vliegtuig stapten, sloeg de warmte als een natte deken over ons heen. We wisten natuurlijk, dat we nog een staartje van het regenseizoen mee zouden pakken, maar dat het zo heftig zou zijn, hadden we niet verwacht. Valt de temperatuur volgens Nederlandse begrippen al in de categorie tropisch, de luchtvochtigheid van rond de 90% maakt het pas echt zwaar. Zonder ook maar iets te doen, komt het zweet al uit al je poriën. De lust om iets te doen, vergaat je dan al snel.

De grensformaliteiten op het vliegveld verliepen in tegenstelling tot onze binnenkomst over land heel soepel. Slechts even kreeg de krat waar we zo’n 30kg aan spullen in hadden zitten wat aandacht, maar wat vage opmerkingen van onze kant over “camping” en “car” waren voldoende om door gewuifd te worden. In de aankomsthal werden we keurig opgewacht door Martin van de Camping Sukuta, waar onze auto de afgelopen maanden onderdak had gevonden. Met camping doe je ze schromelijk te kort, want ze bieden veel meer, dan alleen onderdak voor kampeerders. Zo verhuren ze ook kamers, auto’s, je kunt er geld pinnen, iets wat je hier zelfs bij een bank nauwelijks kunt, ze verkopen pillen tegen malaria, sluiten de verzekering voor je auto af en regelen, dat je auto langer dan de wettelijk toegestane drie maanden voor tijdelijke invoer in Gambia kan staan. Dat regelen moet je in dit geval ook echt als regelen lezen. Dit alles gebeurt met Duitse gründlichkeit onder supervisie van Joe en Claudia, een, hoe kan het anders, Duits stel. Al in Marokko kom je langs de weg  hun wervende borden tegen. Voor de eerste nacht maakten wij dankbaar gebruik van een van hun kamers.

Hadden we ’s avonds bij aankomst ons Mannetje al zien staan (gelukkig, ze hebben hem in ieder geval kunnen starten, zo denk je meteen), de andere dag was het moment aangekomen om hem eens wat nader te bekijken. Dat viel helemaal niet tegen. Binnenin zag alles er precies zo uit, zoals we het hadden achtergelaten. Niks geen rare beestjes of luchtjes. Soms, tijdens een nare droom, zag ik wel eens een totaal verruïneerd bed voor me, omdat een kolonie muizen er bezit van had genomen. Maar gelukkig, niets van dat alles. Eigenlijk openbaarde zich maar één echt probleem, toen bij het openen van een zijluik, het water er met straaltjes uitliep. De hele “technische ruimte” stond blank. In eerste instantie, had ik geen idee waar het vandaan kwam, maar na enig onderzoek kwamen we tot de conclusie, dat het dak kennelijk niet helemaal waterdicht is en dat het water tussen de wanden door naar beneden zakt. In zijn algemeenheid kon je ook wel zien, dat de hoge luchtvochtigheid zijn werk had gedaan. Wat kan oxideren, dat oxideert, of het nu ijzer of aluminium is. Illustratief hiervoor was onze Honda motorfiets. Die had het duidelijk te kwaad gehad met al die nattigheid. Het aluminium motorblok was helemaal wit uitgeslagen en het chroom was helaas voor een belangrijk deel geen chroom meer. Maar wel meteen starten, waarmee die bewees een echte Honda te zijn.

Over onze knutseldagen op de camping kunnen we kort zijn, want dat zou toch maar leiden tot een geklaag over hoe warm en zwaar het wel niet was. Sommige klusjes die gedaan moesten worden lukten snel, andere niet. Het belangrijkste wat moest gebeuren, werkte gelukkig wel: de nieuwe horren, die mede door voortreffelijk naaiwerk er strak uitzien, maken ons Mannetje absoluut muggenproof. Wat overigens niet wil zeggen, dat we nog niet gestoken zijn, daar ontkom je simpelweg niet aan. Zoals gebruikelijk is Wil weer het belangrijkste doelwit en het aantal treffers overstijgt de 25 keer alweer ruim. Hadden we geen vastomlijnde plannen voor de duur van ons verblijf op Sukuta, de benauwde sfeer op de camping, zowel in letterlijke als figuurlijke zin, begon op onze zenuwen te werken en zorgde ervoor, dat we er geen dag langer wilden blijven dan strikt noodzakelijk. Toen dan ook de gastank weer gevuld was, besloten we meteen te vertrekken. Omdat we nog verre van gewend waren aan de klamme omstandigheden, besloten we eerst richting de kust te gaan in plaats van landinwaarts. Een hele middag hebben we besteed om een mooi plekje te vinden. Na diverse vruchteloze pogingen en alweer op weg naar de plek in Senegambia, waar we de vorige keer op het strand hebben gestaan, besloten we nog een keer zo’n zandpad in te rijden, dat van de doorgaande weg naar de kust leidde. In deze tijd van het jaar betekent het, dat je van de ene grote plas naar de andere rijdt; soms zie je helemaal geen weg meer, dan is het alleen maar plas. De ondergrond is gelukkig stevig dus de auto heeft er geen enkel probleem mee. De weg leek dood te lopen op een modderig pleintje, omsloten door enerzijds wat bouwvallige huisjes en een soort visafslag en anderzijds het strand, waar allemaal vissersboten lagen. Een penetrante vislucht komt je meteen tegemoet, niets wees op een Paradijselijk Strand, zoals was aangekondigd op een bord langs de kant van de weg. Maar terwijl we daar staan te dralen, komt er een knul naar ons toe, die ons het juiste pad in leidt. Als we een eerste kijkje op het strand neem, worden we al enthousiast: strandstoelen in alle soorten en maten, een bar, en dat allemaal onder de palmen. Ons enthousiasme wordt nog veel groter als men helemaal niet moeilijk doet, dat we geen kamer willen, maar de auto wel op het complex mogen zetten. Alleen: hoe kom je daar? Geen probleem hoor. Even terug naar de visafslag en dan gewoon over het strand. Zo gezegd, zo gedaan. De doorgang naar het strand wordt geblokkeerd door van die lokale minibusjes, maar met enig over en weer geschreeuw tussen Sam, de knul die ons had opgevangen en wat andere lokalen, maken die ruim baan en kunnen we het strand op. Even voor de zekerheid de lage gearing ingeschakeld, maar dat bleek totaal niet nodig: het brede strand lag er bij als een vierbaans snelweg! Aan de bar meteen een biertje gedronken en later nog wat gegeten: een heerlijke tong voor nog geen 5 euro. Zo is iedereen weer gelukkig.

Het geld hier bestaat vooral uit papier in niet al te grote coupures. Dat betekent dat je al gauw met een hele bundel in je zak loopt en daardoor ook het gevoel krijgt, dat het heel veel is. Maar dat is bedrieglijk, want hoewel de prijzen hier laag zijn, kwamen we toch tot de ontdekking, dat we er met een paar dagen doorheen zouden zijn. Rondvragen leerde ons, dat er in het dorp een geldwisselkantoor van Western Union is. Ongelooflijk, maar die lui kom je overal tegen. In de kleinste negorij hebben ze wel een kantoor zitten. Voor ons vertrek, hebben we ook een account geopend. Via het internet (dat moet je dan natuurlijk wel hebben), kun je geld aan jezelf overmaken. Op ieder willekeurig kantoor kun je dan de tegenwaarde van het bedrag dat je overgemaakt heb, afhalen. Niet goedkoop, die service, maar wel een uitkomst als je echt omhoog zit. Maar goed, op naar het dorp dus. Tussen het dorp en de visafslag rijden minibusjes heen en weer met een frequentie, afhankelijk van het aanbod. Die busjes hebben al een heel leven achter zich en dat is duidelijk te zien. Eigenlijk is het wonderbaarlijk, dat ze nog rijden, want behalve de motor en de versnellingsbak, lijkt er niets meer te werken. Gestart wordt er door twee draadjes tegen elkaar te houden. Deuren worden met ijzerdraad bijeen gehouden, ruiten zijn al lang verdwenen en van een maximum aantal plaatsen heeft men nog nooit gehoord. Nauwelijks op weg stopt de chauffeur, omdat er een vis op de weg ligt, die zichzelf uit het water heeft gelanceerd. Even denk je, dat hij hem weer terug in het water gooit, maar dat is natuurlijk veel te westers gedacht. Zoiets beschouw je als een meevallertje, een gemakkelijke vangst. Dus wordt de naar lucht happende vis zonder plichtplegingen op de stoel naast hem gelegd, diezelfde stoel waar we op de terugweg zullen zitten. Onderweg staan mensen te wachten, al of niet met bagage. Ieder busje heeft een jonge knul aan boord, die als een duvelstoejager als regelt. Hij incasseert het geld, wijst mensen hun plaats, geeft aan de chauffeur middels een klap op het dak te kennen, dat er gereden dan wel gestopt moet worden en klimt snel als een aap op het dak om goederen op- of af te laden. Als er een fiets naar boven moet, gaat dat ook niet zachtzinnig, waardoor weer wat stukjes van de toch al schaarse lak verdwijnen.

Het geld wisselen gaat snel zonder formaliteiten. Hoeveel euro’s? Koers wordt telefonisch opgevraagd.. 41,5 voor de euro? OK. En het wordt uitbetaald. Om het geld hoeven wij voorlopig niet te verkassen, dat is geregeld. We staan nog steeds op Paradise Beach en het begint ons steeds beter te bevallen. Is het minder warm of beginnen we toch te wennen? Als het gewenning is, dan houden we het nog wel even vol.

In het weekend waren hier heel veel dagjesmensen, ook blanken die hier permanent wonen. Velen komen een praatje maken. Zo woont hier ook een bejaard Engels stel, dat iedere dag naar deze strandtent komt alsof het hun local pub in Engeland is. Ze nemen op hun vaste plaats aan de bar twee biertjes en ze eten iets uit de toch niet al te veel keus biedende menukaart. Daarna gaan ze weer naar huis. En dat iedere dag, dag in dag uit, al meer dan 12 jaar! Brrr…

We hebben al vele verhalen gehoord, leuke, maar ook mindere leuke. Zo was hier een gezin, bestaande uit man, vrouw en twee nog jonge kinderen, waarvan de vrouw deze week naar Engeland vertrekt voor een dubbele borstamputatie. Omdat nog onduidelijk is welke nabehandeling noodzakelijk is, wist ze niet, wanneer ze weer terug zou komen. Heel triest. Voor ons was het onvoorstelbaar hoe veel lol ze met elkaar hadden. Als je niet beter wist leek het onbezorgd, maar we konden ons niet aan de indruk onttrekken, dat ze met behulp van veel alcohol de problemen aan het verdringen waren.

In ons vorige bericht stond, dat we via Guinea en Ivoorkust naar Ghana wilden reizen. Uit alle gesprekken, die we in de afgelopen dagen hebben gevoerd, inclusief het gesprek dat ik met de directeur van Corendon Nederland heb gevoerd, die hier was, omdat zij een verbinding met Banul gaan openen (inmiddels hebben geopend), is bij ons de overtuiging gegroeid, dat het verantwoord is om via Bamako in Mali naar Burkina Fasso te reizen. Laatstgenoemd land is een oase van rust in deze regio en van daaruit kunnen we dan weer op ons gemak naar Ghana. Maar plannen zijn er om gewijzigd te worden, dus wie weet hoe we er over een paar weken weer over denken.

Onder het motto “niet geschoten is altijd mis” willen wij ook een ieder die dit leest vragen of jullie misschien een manier weten hoe wij aan een contact in Angola komen. Voorwaarde voor het verkrijgen van een visum voor Angola is namelijk, dat je een uitnodiging uit dat land moet krijgen; best lastig als je als toerist op bezoek komt. Een optie zou kunnen zijn via een Nederlands bedrijf, dat actief is in Angola, zoals Smit en Fugro.

We zullen hier nog enkele dagen blijven, voordat we naar Senegal vertrekken. Daar zullen we definitief moeten beslissen hoe onze route verder zal lopen.

Foto’s