Marokko en Westelijke Sahara

13 februari 2012 - Dakhla, Marokko

Er zijn best nog wel veel mensen, die speciaal met hun 4WD naar Marokko reizen om “pistes” te rijden. Nou, wij hebben er ook een gereden: als het effe kan nooit meer!

Nadat wij in Rabat het visum voor Mauritanië hadden opgehaald, zijn we in een tweetal dagetappes naar Taghazout gereden, alwaar wij weer de camping Terre d’Océan hebben opgezocht, bij onze trouwe volgers bekend als de camping waar we na het Echec een paar weken hebben gebivakkeerd. Stonden we er in oktober-november maar met vier of vijf andere gasten, dit keer stonden er een paar meer: zo’n 100 campers hebben we geteld. We werden door de eigenaresse, Emmanuelle, weer warm onthaald. Omdat we onze komst hadden aangekondigd, had ze een speciaal plekje voor ons vrij gehouden, zodanig dat we onbelemmerd op de oceaan konden uitkijken, zonder er voortdurend aan herinnerd te worden, dat we niet alleen waren.

De twee dagen op de camping hebben we gebruikt om alles weer eens een goede beurt te geven en de was te draaien. Voor een behandeling van 7 euro stond ons Mannetje er ook weer helemaal spic en span bij. Zo stralend zelfs, dat een lokale kunstenaar het een uitgelezen object vond om er een schildering op te zetten. Nadat we wat bewijzen van zijn schone kunsten hadden bekeken, konden we het daar wel mee eens zijn. Nu had ons Mannetje door de vorige eigenaren al op één wang, of beter, één bil een schildering uit Malawi meegekregen, een op Noord Afrika geïnspireerde schildering op de andere bil leek ons wel te passen. En zo geschiedde.

Toen we de spreekwoordelijke accu’s weer hadden opgeladen, zijn we verder zuidwaarts gereden voor een bezoek aan Fort Bou Jerif. Om daar te komen moet je een stukje piste rijden van zo’n 8 km. Alhoewel er stukken bij zaten, die we al best heftig vonden, was dat nog niet de reden om tot de uitspraak in de aanhef te komen. Dat volgt nog. Het fort, of beter gezegd, datgene wat er nog van over is, is in 1935 gebouwd door de Fransen. Die waren toen nog volop bezig met de kolonisatie van dit deel van Afrika. Ze noemden het heel eufemistisch “pacifiëren” van zuid Marokko. Hier kon je dus naar toegestuurd worden, als je in de 50-tiger jaren in een “je bent een jongeman en je wilt wat” opwelling besluit om je bij het mysterieuze Vreemdelingenlegioen aan te sluiten.  Dan kon je naar een uithoek als deze worden gestuurd, de “Poort naar de Sahara”. Nu hebben vlakbij het fort ondernemende mensen een prachtig complex aangelegd, waar je op verschillende manieren kunt overnachten en ook uitstekend kunt eten.

En dan komt het, onze vuurdoop op de piste. Van Fort Bou Jerif kun je “binnendoor” naar Plage Blanch, ons volgende doel. Nu hebben wij in de loop der jaren best al wel wat ervaring opgebouwd in het berijden van niet geasfalteerde wegen, maar wat we nu voor onze kiezen kregen, hadden we nog nooit meegemaakt en willen we eigenlijk ook niet meer meemaken. Uiterst smalle weggetjes, die ook nog eens door een zeer geaccidenteerd terrein lopen. Meerdere malen vrezen we dat de hele boel omlazert (excusez mes mots), vooral als je weer een haarspeldbocht moet nemen, waarbij de bocht ook nog eens behoorlijk verkant ligt; een soort kombaan dus, maar snelheid heb je niet. Dan heb je de neiging om hoge kant van de bocht uit de weg te gaan met als gevolg, dat je hem te kort neemt en je binnenste achterwiel naast de weg komt en de hele boel, die kant op begint te schuiven. Op zo’n moment (2x gebeurt) zitten de billen wel behoorlijk strak tegen elkaar en beginnen zich hier en daar wat zweetdruppeltjes te vormen.  Gaandeweg krijg je er wel meer vertrouwen in, dat het kantelpunt toch iets verder weg ligt, dan je aanvankelijk vreesde. Gelukkig maar! Ook is het een hele geruststelling om te merken, dat iedere helling door ons Mannetje nog normaal in de eerste versnelling gepakt wordt. Hij heeft wel schrammetjes opgelopen, als we tussen wat stekelige struiken door moeten, nadat de gps ons in verwarring had gebracht en we op een verkeerd spoor geleid werden, maar een kniesoor, die daar op let. Hoe dan ook, we weten niet hoe ervaren rijders deze piste zouden kwalificeren, maar wij vonden hem heel zwaar en waren blij, toen we bij Plage Blanch eindelijk weer het asfalt op konden rijden. Over 50 kilometer hadden we vijf uur gereden! Wil verklaarde later, dat ze hele stukken met de ogen dicht en gekruiste vingers had gezeten omdat ze het niet langer kon aanzien. Gelukkig heb ik ze toen wel open gehouden. Nee, bij mij breekt juist opnieuw het zweet uit als ik mijn ogen sluit terwijl ik in bed lig, vlak voordat ik in slaap val. Dan doe ik al die moeilijke passages nog een keer en wordt ik pas echt bang.

Hadden wij tot nu toe nog geen negatieve ervaringen met de politie in Marokko, dat is nu wel over. In Tan Tan werden wij staande gehouden, net nadat we een soort rotonde, heel ruim en overzichtelijk, verlieten. Nu zijn politiecontroles in dit land aan de orde van de dag. Of beter gezegd, bij het binnenrijden van vrijwel iedere grote plaats, staan ze wel. Meestal wordt je heel vriendelijk door gewuifd, niets aan de hand. Dit keer was het al meteen anders. Heel autoritair en kortaf werd om mijn rijbewijs gevraagd. Nadat hij ook nog eens mijn paspoort en kentekenbewijs had opgeëist, werd ik gesommeerd uit de auto te komen. Wat bleek, ik had bij een stopbord de auto niet helemaal tot stilstand gebracht. Om daarvoor een bekeuring te krijgen is natuurlijk al heel erg flauw (vind ik), maar als vervolgens de sanctie wordt medegedeeld, spring ik bijkans uit mijn vel: 700 dirham ofwel 70 euro. Is dat in Nederland al een belachelijk bedrag voor zo’n overtreding, in dit land is het ridicuul en riekt naar …., nou ik kan even niet het juiste woord vinden. Voor 700 dirham kun je hier twee jaar lang iedere dag een brood kopen of kun je 50 keer naar de groenteboer gaan en bijvoorbeeld 8 grote sinaasappels, 1,5 kg verse(!) doperwten en een paprika kopen. Van de toerist verwachten ze natuurlijk ook nog, dat hij die 700 dirham even contant aftikt, een bedrag, dat de gemiddelde Marokkaan helemaal niet bij zich heeft. De boeven, pure diefstal!

Terwijl Nederland zich opmaakte voor de Elfstedentocht, die net (weer) niet doorging, reden wij gekleed in T-shirt, steeds verder langs de fantastische kust de Westelijke Sahara in. Hoewel je dat niet meteen zou denken, was er toch een onmiddellijke associatie met het winterweer in Holland. Hier hebben we namelijk een aantal dagen last gehad van een straffe wind, die soms aanwakkerde tot bijkans een storm. Dat leidde er toe, dat het zand over de weg stoof en zich hier en daar zandduinen op de weg vormden. Als dan ook nog bulldozers de weg op komen, om de weg weer vrij te maken voor het verkeer, dan is de parallel met stuifsneeuw gauw gemaakt. We zijn er niet uit wat nu erger is: sneeuw of zand. Zand is uiteraard niet zo glad als sneeuw, maar een richel van opgewaaid zand gedraagt zich als een verkeersdrempel en dat is ook niet fijn.

Als dit verslag de lucht in gaat, zijn we in Dakhla, wat je de hoofdstad van Westelijk Sahara zou kunnen noemen. Van hieruit is het nog zo’n 400 km naar de grens met Mauritanië. In Laayoune hebben we kennisgemaakt met Klaus en Gisela, die met een soortgelijke, oude Mercedes truck op weg zijn naar Mauritanië. Zij zochten medestanders om samen naar de Adrar-regio in Mauritanië te reizen, een wens die wij ook hadden. Eén en één maakt twee, dus reizen we de komende tijd samen. Zij gaan daarna weer terug richting Duitsland, terwijl wij dan hoogstwaarschijnlijk over het asfalt teruggaan naar Nouakchott aan de kust. Daarna moeten we beslissen of, en zo ja hoe, we verder naar Mali-Burkina Fasso gaan: via Senegal of rechtstreeks. Door de verkiezingen is Senegal het met name in de grote steden erg onrustig.

Zoals altijd: we houden jullie op de hoogte.

Foto’s