Atar-Nouakchott-Dakar (Senegal)
20 maart 2012 - Dakar, Senegal
Samen met Klaus en Gisela zijn we vanuit Atar naar de kust gereden. Onderweg hebben we alleen een kort bezoek gebracht aan de oase Terjit. De grootste bijzonderheid van die oase is eigenlijk het bestaan er van. Midden in een heel droog en dor landschap vind je daar achter in een steeds nauwer wordend dal, een fris stroompje water, wat er voor zorgt dat er mooie palmbomen kunnen groeien. Eigenlijk hadden we ons voorgenomen daar te overnachten, maar een mogelijkheid om onze auto’s op een leuke plaats neer te zetten ontbreekt, zodat we maar weer doorgereden zijn.
Waarschijnlijk hebben jullie uit de pers al wel vernomen, dat er in de Sahel-landen weer een humanitaire ramp dreigt in verband met de aanhoudende extreme droogte. Nu kunnen wij daar niet over oordelen, omdat wij niet kunnen vergelijken, maar dat het hier kurkdroog is, is heel erg duidelijk. Bovendien waait er voortdurend een harde wind vanuit de (zeer warme) woestijn naar de (veel koudere) kust, waardoor veel zand en stof meegevoerd worden. Regelmatig denken wij, dat we wel eens regen zouden kunnen krijgen, maar dan blijkt het toch weer stof te zijn. Sinds die ene onweersbui in het noorden van Marokko, hebben wij geen regen meer gehad.
Als we aan het eind van een middag stoppen en van ons welverdiende drankje genieten, krijgen we gezelschap van de zwaluwen. Hoewel wij dat zelf niet merken, schijnen wij toch insecten aan te trekken, waar die zwaluwen op af komen. Voor ons zijn ze in ieder geval niet bang en scheren rakelings langs ons heen, soms zelfs zo dicht, dat ze je lichtjes toucheren. Ook als we later aan de kust op het strand zitten, doet zich dit fenomeen voor, maar nu krijgen de zwaluwen concurrentie van grote libellen.
Een www-forum-kennis van Klaus staat zo’n 20 km ten noorden van Nouakchott aan zee en roemt die plek zodanig, dat we besluiten daar naar toe te gaan. De locatie, Les Sultanes, gerund door ene Nico, is een mooie strandtentlocatie. Als camping stelt het echter werkelijk niets voor, niet als staanplaats en al helemaal niet om de overige voorzieningen. Maar het bier is koud, de wijn OK en de usb-stick om te internetten wordt gratis door Nico ter beschikking gesteld. Daarom kunnen we het er wel een paar dagen volhouden.
Nouakchott is de hoofdstad van Mauritanië en heeft meer dan een miljoen inwoners. Toch heeft het weinig van een stad; het is meer een uit de kluiten gewassen dorp. Hoewel het dicht bij de zee ligt, ligt het er feitelijk niet tegenaan; een soort Den Haag dus, maar dan zonder een Scheveningen. Je vindt er geen mooie boulevards of direct aan het strand gelegen hotels. Een haven is er ook niet, maar dat wil niet zeggen, dat er niet gevist wordt. Integendeel, gevist wordt er des te meer. Het hele strand ligt bezaaid met open bootjes, van zo’n 10-15 meter lang. Als de vissers aan het eind van de middag weer binnenkomen, worden de bootjes door de branding gestuurd en vervolgens meteen opgevangen door een ploegje mensen, die vanaf het strand het water zijn ingelopen. Op de een of andere manier zullen er wel afspraken lopen, want sommige mannen houden de boot in bedwang terwijl anderen beginnen om de vangst weg te dragen. Zo te zien is de vangst overvloedig, maar we hebben natuurlijk geen idee hoeveel mensen van de opbrengst moeten leven. Sterker nog, als we later over de vismarkt lopen en de prijzen vernemen, dan zal de vis voor de vissers wel weer duur betaald worden, om naar een Nederlandse klassieker te verwijzen. Wij betaalden zonder af te dingen voor 2 kg zeetong omgerekend zes euro en voor een kilo grote tijgergarnalen 9 euro.
In Nouakchott hebben we definitief afscheid genomen van Klaus en Gisela; zij gaan naar het noorden, naar huis, wij naar het zuiden naar het volgende land op deze reis: Senegal.
Iedere reiziger in deze contreien weet, dat hij de grensovergang in Rosso (Senegal) moet mijden. Die ligt weliswaar aan de doorgaande route, maar de hectiek aan die grens schijnt enorm te zijn. Wij voelen ons niet geroepen om te contoleren of dit ook werkelijk zo is en kiezen dus ook voor Diama, dat echter alleen te bereiken is via een 80 km lange piste. Nou draaien we daar zo langzamerhand onze hand niet meer voor om, maar er zijn stukken bij, dat het werk van de tandarts aardig op de proef wordt gesteld, zo worden we op die beruchte wasborden door elkaar gerammeld. Onze vullingen blijken gelukkig voldoende vast te zitten. Omdat het al laat in de middag is als we in de buurt van de grens komen, lijkt het ons niet verstandig om nog aan de grensformaliteiten te beginnen en duiken we ergens de weg af de bosjes in. Hoewel overal om ons heen stemmen te horen zijn, zijn we kennelijk onopgemerkt gebleven en genieten we van een ongestoorde nachtrust. ’s Morgens lopen er wel wat kinderen rond de auto, maar als we niet reageren, lopen ze weer door. Moeten waarschijnlijk naar de Vrijdag(koran)school.
En dan hebben we weer een grensovergang. Ook over deze grensovergang is al veel gezegd en geschreven. Wat we in ieder geval kunnen bevestigen, is dat het er heel relaxed aan toe ging. Wij waren de enige klanten die op dit vroege uur van de dag van Mauritanië naar Senegal wilden, dus geen voordringende mensen, geen irritante mannetjes of andere stress verhogende onruststokers. Dat aan de Mauritaanse kant de man-met-de-sleutel-van-het-kastje-met-daarin-die-ene-belangrijke- douanestempel nog aan de dag moest beginnen en zijn al wel aanwezige maar niet bevoegde collega derhalve om clementie vroeg(“doucement s.v.p.”), dat aan de Senegalese kant de politieman van dienst zich stond te douchen na zijn ochtend gymnastiek, maar je dan van een jonge knul op de veranda van het politiekantoortje een traditionele thee krijgt aangeboden vergezeld van een “welcome to Senegal”, je vervolgens met hem alle Nederlandse voetballers, die in het buitenland spelen de revue laat passeren, ach, dan is wachten helemaal niet zo erg als je geen haast hebt. En haast hebben we niet, nietwaar? Natuurlijk kun je je opwinden over de verschillende bedragen die je moet betalen en waarvan je het vermoeden zou kunnen hebben, dat een deel rechtstreeks in de zakken van de lokale ambtenaren verdwijnt, maar alle bedragen, die wij hebben betaald, kwamen overeen met hetgeen we op de diverse sites hebben gelezen. Kennelijk valt het met de willekeur dan wel mee. Wat ons eigenlijk het meest tegenviel, was de afhandeling van het Carnet des Passages. Om onduidelijke redenen, wordt dit grensdocument voor de tijdelijke invoer van motorrijtuigen niet aan de grens afgehandeld, maar wordt je daarvoor naar Dakar verwezen. Nu wilden wij daar ook wel naar toe, maar niet meteen. Eerst wilden we St Louis en het Nationale Park Oiseaux du Djoudj in het noorden van Senegal bezoeken. Feitelijk zou dat niet kunnen, want we krijgen de opdracht om ons binnen 48 uur in Dakar te melden. Omdat het dan zondag is, mag het ook op maandag. Gelukkig wordt die soep ook weer niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend, want in St Louis krijgen we heel joviaal 10 dagen extra respijt. Wel even 15 euro per carnet aftikken. Hoe zo joviaal? Die brommer gaat nog heel erg duur worden.
Het nationale park is een aanrader. In dit stroomgebied van de Senegalrivier overwinteren heel veel verschillende Europese vogels. Ook huizen er andere dieren, zoals apen, krokodillen, slangen e.d. We hebben ze allemaal gezien, maar de pelikanen hebben wat ons betreft, de show gestolen. Ongelooflijk, zoveel pelikanen hier bij elkaar zitten. Wij hebben ze niet geteld, maar naar verluidt huizen hier zo’n 40.000 van die grote vogels. In Costa Rica, een land zonder leger, zeggen ze gekscherend als een tiental pelikanen achter elkaar vliegend voorbij komt: ”Daar gaat onze luchtmacht!” Ben benieuwd wat ze zouden zeggen als ze deze luchtvloot zien. Vooral als ze met duizenden tegelijk besluiten om te gaan vliegen en laag over ons bootje voorbijkomen; dan krijgen wij er zelfs kippenvel van, zo indrukwekkend!
St Louis is de vroegere hoofdstad van het Franse koloniale rijk in West Afrika en doet wel een beetje denken aan Havanna. Veel oude huizen, die nog dateren uit die koloniale tijd en waarvan de meeste in deplorabele staat verkeren, maar sommige ook weer in oude luister zijn hersteld, hetgeen het geheel een zekere charme geeft. Vooral ook omdat de mensen en dan met name de vrouwen, hier veel kleuriger gekleed gaan. Nu pas is tot mij doorgedrongen, dat de kleurrijke hoofdtooien van de Surinaamse vrouwen, meegereisd zijn, toen hun voorouders als slaaf uit Afrika werden weggevoerd. St Louis ligt aan de monding van de Senegalrivier en met name het oude deel bevindt zich deels op een eiland, deels op een schiereiland, verbonden door bruggen.
[caption id="attachment_601" align="alignright" width="300"] Eindelijk in een koets[/caption]
Vanuit de 15 km zuidelijker gelegen camping De Zebrabar (een aanrader) hebben we St Louis een paar maal bezocht; soms om inkopen te doen (bier en wijn tegen normale prijzen!), soms als toerist. Zo is deze reis toch nog gebeurd wat intimi niet voor mogelijk hielden en Wil al helemaal niet meer: we hebben ons met en koetsje laten rondrijden! Nu zal Wil meteen zeggen, dat het eigenlijk meer een paard-en-wagen was, maar dat is een detail. In ieder geval kwamen we op deze wijze heel relaxed de oude stad door. Een hoogtepunt vormde de wijk waar de vissers leven, want de visvangst is ook hier een belangrijke bron van bestaan. Het scala aan kleuren, geuren en andere zintuig prikkelende zaken, trekken weer een zware claim op ons absorptievermogen.
In een aantal etappes zijn we verder zuidwaarts getrokken. Zo hebben we een bos met voor Afrika karakteristieke Baobab-bomen gezien. We hebben de kustplaats Kayar bezocht, waar we ons hebben laten rondleiden door een ondernemende jongeling. Hij heeft ons vooral ook laten zien wat ze met een deel van de vis doen, die niet meteen verkocht wordt. Zo zijn er drogerijen zoals je ze ook in Noorwegen ziet. Maar ook een hele primitieve manier van vis roken. Het is ons niet duidelijk geworden of die ook voor menselijke consumptie bedoeld waren of als veevoeder. We hopen het laatste. Vlak voor Dakar zijn we in Lac Rose neergestreken. Voor Parijs-Dakar-Rally kenners, schijnt dat een bekende naam te zijn, omdat hier de finish van de rally was. Door het hoge zoutgehalte van het water, geeft het soms een roze kleur. Met een ernstig beroep op ons voorstellingsvermogen hebben we die kleur nog wel kunnen zien, maar voor de rest was het helemaal niets. Dagjesmensen uit Dakar, die hier een beetje met een quad door de duinen komen rondscheuren, dat is het wel zo’n beetje. Kunnen ze soms ook het Franse leger tegenkomen, want die oefenen hier ook in off road rijden met hun voertuigen.
Nu zijn we dan in Dakar. De sightseeing van de stad hebben we al gedaan, het carnet is afgestempeld, alleen rest nog een bezoek aan het Ile de Goree. Inderdaad, een naam die teruggaat naar ons roemruchte verleden: de slavenhandel. Hier werden vroeger de slaven gevangen gehouden, voordat ze verscheept werden. Een must see voor toeristen, zo heet het. Tussen Dakar en Gambia ligt nog een mooie kust op ons te wachten. Daar zullen we de komende twee weken onze tijd gaan doorbrengen. Inmiddels hebben wij een bij “overlanders” bekend adres in Gambia gevonden, waar we ons Mannetje in vertrouwde handen kunnen achterlaten. Hoe dat gaat, kunnen jullie lezen in ons laatste verslag vanuit Gambia. De vlucht is geboekt. Als alles goed gaat, zijn we zondag 8 april weer thuis.

